De glazen wand besloeg steeds verder terwijl ik onder de douche steeds dieper in gedachten verzonk. Ineens moest ik denken aan een vriendin van de middelbare school. “Jammer dat we geen vrienden meer zijn. Ze was echt een leuke meid,” dacht ik bij mezelf.
En ineens flitsten de momenten terug waarop onze vriendschap tot een einde kwam.
Wat er bleef hangen
Op mijn zeventiende, toen ik nog in mijn eerste relatie zat, ben ik vreemdgegaan. Tegen de tijd dat dit naar buiten kwam, was mijn relatie al voorbij, maar verloor ik alsnog veel vrienden.
Terwijl ik daar onder de douche aan terugdacht, voelde ik nog lichtjes de pijn van die tijd: de schaamte, het gevoel van alleen zijn en vooral het besef dat ik iemand anders pijn had gedaan. Door alles wat ik de afgelopen jaren heb verwerkt, ebde dat gevoel ook vrij snel weer weg.
Toch bleef er iets anders achter. Iets wat ik niet helemaal kon plaatsen.
Eerst kwam de gedachte: waarom is die vriendin toen eigenlijk nooit naar mij toe gekomen om mijn kant van het verhaal te horen? Even voelde ik iets van rechtvaardigheid in mezelf opkomen. “Ja, dat had ik eigenlijk wel verdiend.” Maar vrijwel meteen volgde: “Maar ja… ook zij was pas zeventien.”
En toch bleef er iets hangen.
Dus ik bleef erbij, zonder het direct te analyseren. Ik keek naar de druppels die langzaam over het glas naar beneden gleden en bleef open voor wat het gevoel me misschien wilde vertellen.
En toen kwam het binnen: “Ik ben niet alleen maar een goed mens.”
Die voelde ik in mijn hart.
Het imposter syndrome van bewuste begeleiders
De realisatie dat ik anderen pijn heb gedaan vanuit mijn eigen pijn, triggers, angst, onvervulde behoeftes of ander onbewust gedrag, was niets nieuws. En toch sneed het vanuit dit perspectief ineens dieper.
Misschien omdat mijn werk inmiddels voor een groot deel draait om bewustzijn. Om persoonlijke ontwikkeling, leiderschap, heling en mensen helpen dichter bij zichzelf te komen. En juist dan wordt zo’n constatering ineens extra ongemakkelijk.
Want als jij degene bent die anderen begeleidt in het voelen van grenzen, wat zegt het dan over jou wanneer je zelf nog over je grenzen heen gaat? Als je mensen helpt vertrouwen op hun intuïtie, wat betekent het dan wanneer jij zelf drie dagen twijfelt over een beslissing? En als je spreekt over bewust leiderschap, liefde, alignment of leven vanuit je hogere zelf, wat doe je dan met de momenten waarop je doodleuk vanuit controle, jaloezie, angst of bewijsdrang reageert?
Daar ligt volgens mij een bijzondere vorm van imposter syndrome, zeker voor coaches, facilitators, healers en bewuste ondernemers.
Niet alleen de klassieke angst dat je niet genoeg weet of dat iemand er op een dag achter komt dat je eigenlijk helemaal niet zo competent bent, maar de angst dat je niet voldoende leeft wat je juist aan anderen mee wilt geven.
Bam. Weer zo’n fijne slap in the face van imposter syndrome.
Verantwoordelijkheid is geen perfectie
En toch denk ik dat er iets interessants verstopt zit in die angst. Niet omdat de conclusie klopt dat je een bedrieger bent, maar omdat er wél een verantwoordelijkheid zit in ons werk. Wanneer mensen jou vertrouwen met hun kwetsbaarheid, hun persoonlijke ontwikkeling, hun bedrijf, hun lichaam of hun innerlijke wereld, kun je je eigen ontwikkeling niet afwimpelen onder het mom van: “Ik ben ook maar mens.”
Daar zit een nuance in, maar we lijken van die verantwoordelijkheid soms iets anders te maken. We maken er perfectie van. Alsof je pas over grenzen mag spreken wanneer je ze nooit meer overschrijdt. Alsof een healer volledig geheeld moet zijn. Een coach vrij van patronen. Een bewuste ondernemer volledig verlost van ego. Alsof je eerst het hele menselijke bestaan moet oplossen voordat je iemand anders ergens in mag begeleiden of helpen.
Dan kunnen we volgens mij allemaal onze laptop dichtklappen. Want misschien zit de kwaliteit van iemand die anderen begeleidt niet in het feit dat diegene al zijn of haar patronen en problemen heeft opgelost, maar in hoe iemand met die patronen, problemen, pijn, triggers en emoties omgaat.
Waar integriteit interessant wordt
Kun je herkennen wanneer jouw behoefte om iemand te helpen eigenlijk een behoefte is om nodig te zijn? Kun je zien wanneer jouw advies meer zegt over jouw eigen verleden of ervaringen dan over degene tegenover je? Kun je het verschil voelen tussen intuïtie en angst die zich heel overtuigend als intuïtie heeft verkleed?
En misschien nog belangrijker: wat doe je wanneer je je blinde vlek pas ziet nádat je iemand geraakt of ‘geholpen’ hebt? Zowel privé als zakelijk? Daar begint voor mij integriteit interessant te worden.
Niet bij altijd het juiste doen, maar bij jezelf onder ogen kunnen komen wanneer je dat niet hebt gedaan. Verantwoordelijkheid nemen voor je impact. Sorry kunnen zeggen zonder meteen uit te leggen waarom je eigenlijk toch een beetje gelijk had. Bereid zijn om je gedrag te veranderen.
Integriteit is geen people pleasing
Maar integriteit betekent voor mij óók niet dat je koste wat kost moet proberen te voorkomen dat een ander pijn of ongemak door jou ervaart. Soms doet een grens pijn. Soms stelt een eerlijke waarheid iemand teleur. Soms betekent trouw zijn aan jezelf dat een ander niet krijgt wat diegene van jou had gehoopt.
Als je iedere negatieve reactie probeert te voorkomen, kan bewust handelen ongemerkt weer veranderen in people pleasing. Dan bescherm je de ander misschien tegen ongemak, maar ben je ondertussen niet meer eerlijk naar jezelf en uiteindelijk ook niet naar de ander.
Bewustzijn vraagt volgens mij dus niet dat niemand ooit last van je heeft, maar dat je steeds beter leert onderscheiden: raak ik iemand vanuit een onbewuste wond, angst of projectie, of is het ongemak dat ontstaat simpelweg het gevolg van een integere keuze?
Integriteit staat daarmee voor mij boven perfectionisme, maar ook boven rationaliseren of je kop in het zand steken.
Dus, ben ik een goed mens?
Misschien is dat ook wel een essentieel onderdeel van bewust leiderschap: niet dat je geen schaduw meer hebt, maar dat je steeds minder energie hoeft te steken in doen alsof die er niet is.
Dat betekent dat je niet je hele leven hoeft te bewijzen dat je een goed mens bent. Je mag erkennen dat je kunt liefhebben én kwetsen. Dat je wijs kunt zijn en tegelijkertijd enorme blinde vlekken kunt hebben. Dat je vanuit een oprechte hogere intentie kunt werken en vijf minuten later volledig vanuit je menselijke ego kunt reageren.
Zo zie ik het in ieder geval. En misschien maakt dat mij niet minder geschikt om anderen te begeleiden, maar maakt het me juist voorzichtiger, nieuwsgieriger, minder overtuigd van mijn eigen gelijk (hoewel daar nog stappen in te zetten zijn haha) en hopelijk steeds beter in staat om naast iemand te zitten als gelijke.
Dus ben ik een goed mens? Ik weet niet of ik die vraag nog zo interessant vind. Misschien wil ik mezelf liever iets anders vragen:
Ben ik bereid mezelf eerlijk te zien, verantwoordelijkheid te dragen voor mijn keuzes en bewust om te gaan met wat ik daarmee in beweging zet?
Met die vraag kunnen we tenminste iets.
Wil je hier zelf mee aan de slag?
Een kleine oefening in integriteit
Ongeveer 15 minuten, met pen en papier.
-
Stap 1
Denk eens aan een recente situatie waarin iemand door jouw keuze, woorden of gedrag geraakt, teleurgesteld of boos was. Het liefst een situatie waarvan je nog steeds niet helemaal weet: heb ik hier iets verkeerd gedaan, of vond ik het vooral moeilijk dat de ander mijn keuze niet fijn vond?
Probeer de situatie niet meteen goed te praten, maar veroordeel jezelf ook niet.
-
Stap 2
Vraag jezelf eerst: wat probeerde ik op dat moment werkelijk te beschermen, krijgen of voorkomen? Was ik trouw aan mezelf? Was ik bang voor afwijzing? Wilde ik controle houden? Wilde ik gezien, geliefd of nodig zijn? Of maakte ik eigenlijk een keuze waarvan ik diep vanbinnen wist dat die klopte, maar vond ik het moeilijk om het ongemak van de ander te verdragen?
-
Stap 3
Kijk daarna naar de impact. Niet alleen naar wat je bedoelde, maar ook naar wat jouw gedrag daadwerkelijk bij de ander in beweging kan hebben gezet. Is er iets waar je verantwoordelijkheid voor te nemen hebt? Iets om te erkennen, recht te zetten of de volgende keer anders te doen? Doe dat dan zonder jezelf meteen tot slecht mens te maken.
-
Stap 4
En vraag jezelf vervolgens óók: welk deel hiervan is niet van mij om op te lossen?
Misschien hoef je geen grens terug te nemen omdat iemand daarvan baalt. Misschien hoef je jezelf niet kleiner te maken om iemand anders comfortabel te houden. Misschien hoef je niet nog vijf keer uit te leggen waarom je keuze gerechtvaardigd was, alleen zodat de ander jou weer als een goed mens ziet.
-
Stap 5
En dat laat uiteindelijk één vraag over:
Als ik niet hoef te bewijzen dat ik goed ben, maar alleen integer wil handelen, wat vraagt deze situatie dan van mij?
Misschien is het een excuus, een ander gesprek, ander gedrag of juist een grens. En soms is het simpelweg de bereidheid om een ander even teleurgesteld in je te laten zijn, zonder jezelf te verlaten om dat gevoel voor diegene op te lossen.
Niet perfect, niet makkelijk, maar wel integer.